Aspinall koning in Vegas

Nathan Aspinall heeft de US Darts Masters op zijn naam geschreven. Tijdens de Europese nacht won hij achtereenvolgens van Shawn Brenneman, Rob Cross, Peter Wright en Michael Smith. Lees hier het verslag van het tweedaagse toernooi.

Geen verrassingen in de eerste ronde
Om dag 1 van de US Darts Masters wisten alle PDC-spelers hun eerste wedstrijd te winnen. Wel hadden een aantal spelers het moeilijk. Zo kwam Gary Mawson terug van een 4-2 achterstand tot 4-4 tegen Gerwyn Price. Uiteindelijk gingen de laatste 2 legs wel naar ‘The Iceman’. Michael Smith won met dezelfde cijfers van Jim Long, waarin Smith 126 en 131 uitgooide. De titelverdediger Gary Anderson kwam 2-0 achter tegen Elliot Milk, uiteindelijk won de Schot wel met 6-4. Peter Wright rekende in een moeilijke partij in de beslissende leg af van Jeff Smith. Ook Michael van Gerwen had het lastig, Darin Young maakte een 3-0 achterstand goed in een 4-4 tussenstand. Met een 15 en 13-darter wist de Nederlander de partij toch nog te winnen. Nathan Aspinall won gemakkelijk van Shawn Brenneman (6-2), Daryl Gurney won eenvoudig van Danny Baggish (6-1) en imponeerde Rob Cross met een gemiddelde van 101,33 tegen Leonardo Gates (6-0).

Onthutsend slechte Van Gerwen kopje onder in kwartfinale
Op de vrijdag stond de rest van de US Darts Masters op het programma, te beginnen met de kwartfinales. In de eerste wedstrijd namen de twee Michaels het tegen elkaar op, Van Gerwen tegen Smith. Vaak levert dit vuurwerk op, dit keer gebeurde het tegenovergestelde. Beide mannen speelden erg slecht, maar het was Smith die het meest kon profiteren. Van Gerwen kwam nog 6-4 voor, maar door vier legs op rij te winnen won Smith met 8-4. Van Gerwen eindigde op een gemiddelde van 88.59. De tweede wedstrijd van de avond was een stuk beter. Gary Anderson en Gerwyn Price namen het voor het eerst sinds de veelbesproken Grand Slam finale tegen elkaar op en stelden qua niveau niet teleur. Price begon flitsend met twee 12-darters, maar miste daarna dubbels waardoor Anderson weer in de wedstrijd kwam. Bij een stand van 6-6 lukte het Price toch om nog een break te pakken, waardoor hij het in zijn eigen leg vakkundig uitgooide.

World Series debutant Nathan Aspinall zorgde in kwartfinale nummer drie voor een kleine verrassing door Rob Cross uit te schakelen. Hij begon furieus, miste pijlen om op een 4-0 voorsprong te komen, maar zag Cross snel terug komen naar 4-4. Cross nam daarna zelfs de leiding, maar met behulp van onder andere een 10-darter draaide Aspinall het weer helemaal om en won hij met 8-5. De laatste halve finale, een duel tussen Peter Wright en Daryl Gurney, kende twee gezichten. Gurney stond ongelofelijk goed te spelen, gooide ruim boven de 100 gemiddeld en kwam op een 5-2 voorsprong. Na de pauze begon echter de grote Peter Wright show. Met legs in 10, 14, 15, 15, 11 en 16 en een gemiddelde van 108.09 over de laatste 7 legs won hij de wedstrijd met 8-6.

Hoog niveau vanaf halve finales
Michael Smith en Gerwyn Price namen het tegen elkaar op in halve finale nummer één. De Engelsman begon met legs in 11 en 15 pijlen, waarna Price een 14-darter gooide. Smith zette richting de pauze toch de voorsprong van twee legs voort, door onder andere nog een 13-darter te gooien, 4-2 was de stand. Price zette na het reclameblok aan met een 13-darter, maar kon in de legs van Smith geen druk zetten. ‘Bully Boy’ kon dit wel in de legs van Price en nadat hij zijn eigen leg in 17 pijlen hield deed hij dat ook in de leg van de Welshman. In 15 pijlen hield hij zijn eigen leg en zo zette hij de stand op 7-3. Price mocht nog één leg pakken, maar met ene 14-darter haalde Smith zijn vierde finale op de World Series. Smith eindigde met een gemiddelde van 101.77, Price met 98.05.

Voor Nathan Aspinall was het zijn derde halve finale op rij op televisietoernooien. Hij deed dit tegen Peter Wright. In de eerste twee legs moest hij toekijken hoe de Schot als eerste de dubbels uitgooide, maar met een 15 en 14-darter zette hij de stand weer op 2-2. Wright won weer zijn eigen leg, waarna Aspinall met een 161-finish en 12-darter toch met een goed gevoel de pauze in ging. Het was echter Wright die met een goed gevoel de pauze uitkwam. Hij won weer de eerste twee legs, werd weer meteen gebroken maar brak ook zelf weer terug. Hierdoor kwam de stand op 6-4. Met twee 13-darter op rij sloeg Aspinall echter keihard terug. Beide mannen herhaalden het kunstje van een 13-darter daarna in hun eigen leg. Er moest een beslissende leg komen. Wright mocht beginnen en kreeg vanaf 80 ook één matchdart. Deze ging echter mis, waardoor Aspinall terugkeerde voor 60. Dit gooide hij in twee pijlen uit, waardoor ‘The Asp’ naar de finale ging. Zijn gemiddelde was met 104.21 erg goed, net als de 102.1 van Wright.

Hongerige Aspinall zit Smith dwars in finale
In Vegas stond zo een Engelse finale op het programma. Aspinall mocht beginnen en deed dit op een manier die moeilijk beter kan. Hij starte met een onofficiële 9-darter, een 10-darter met een bounce out. In de leg van Smith begon hij ook met twee 180’s, waardoor hij 15 perfecte pijlen op rij gooide. Bij de 16e ging het mis, en doordat Smith een 130-finish gooide verloor hij ook nog de leg. Beide mannen hielden hun eigen leg, waarna Aspinall met een 14 en 12-darter (en 120-finish) de stand op 4-2 zette. Met onder andere een 118-finish zorgde Smith er na de pauze voor dat de stand weer op 4-4 kwam. Toch werd het niet meer spannend. Met drie 15-darters ging Aspinall naar 7-4, waarna hij het in zijn eigen leg met een 13-darter afmaakte. Voor Aspinall is het nu al een ongelofelijk goed jaar, met een halve finale op het WK, de winst op de UK Open en nu, tijdens zijn debuut, een World Series titel. De Premier League 2020 lijkt een zekerheid.

Aspinall: 106.7/72.73%
Smith: 100.14/66.67%

Deel met:


Plaats een reactie